Geen verzuim, toch aansprakelijk? Hoge Raad over wanprestatie en onrechtmatige daad

Kort over het bericht
Lees onze blog over het arrest van de Hoge Raad over verzuim en aansprakelijkheid uit wanprestatie en onrechtmatige daad.
Geen verzuim, toch aansprakelijk? Hoge Raad over wanprestatie en onrechtmatige daad
Kan een partij aansprakelijk zijn voor gebrekkig werk als zij niet op de juiste manier in gebreke is gesteld? Die vraag komt aan de orde in het arrest van de Hoge Raad van 17 juli 2026 (ECLI:NL:HR:2026:1295) over een langlopend geschil tussen Equihold en Capgemini. Centraal staan het verzuimvereiste en de verhouding tussen wanprestatie en onrechtmatige daad.
De ontwikkeling van 1-2 Focus
Equihold ontwikkelde de sportapplicatie 1-2 Focus, die onder meer werd gebruikt door FC Barcelona en PSV. Voor de verdere ontwikkeling van de applicatie schakelde zij Capgemini in. Partijen sloten daarvoor in 2005 een raamovereenkomst.
De samenwerking was niet ingericht als een project waarbij Capgemini op een vaste datum een vooraf volledig omschreven eindproduct moest opleveren. Equihold huurde capaciteit van Capgemini in en verstrekte gedurende het project werkopdrachten. De software werd daarbij stapsgewijs ontwikkeld en aangepast.
Tijdens de samenwerking ontstonden problemen met de werking en kwaliteit van de software. Capgemini bleef aan de applicatie werken, maar onderzoek naar de broncode in 2010 leverde stevige kritiek op. Een voormalig medewerker van Equihold concludeerde dat de code van zodanig slechte kwaliteit was dat een volledige herschrijving noodzakelijk was.
Equihold stelde Capgemini aansprakelijk. De vorderingen van Equihold op Capgemini zijn later overgedragen aan eiser. In de daaropvolgende procedure werd onder meer schadevergoeding gevorderd op grond van wanprestatie en onrechtmatige daad.
Was Capgemini in verzuim?
Als nakoming niet blijvend onmogelijk is, is voor schadevergoeding wegens een tekortkoming in de nakoming in beginsel vereist dat de schuldenaar in verzuim is (art. 6:74 lid 2 BW). Daarvoor is doorgaans een ingebrekestelling nodig (art. 6:82 lid 1 BW). Artikel 6:83 onder a BW maakt daarop een uitzondering: het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in wanneer een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft.
Eiser beriep zich op die uitzondering. Capgemini had in december 2006 toegezegd dat de gebreken in de software binnen een half jaar zouden zijn opgelost. Volgens eiser was daarmee een fatale termijn afgesproken en was Capgemini dus in verzuim op grond van artikel 6:83 onder a BW.
Het hof ging daarin niet mee. Partijen werkten zonder vastomlijnd eindproduct of vast tijdschema en waren voortdurend met elkaar in overleg over de verdere ontwikkeling van de software. Tegen die achtergrond merkte het hof de termijn van een half jaar niet aan als een voor de voldoening bepaalde termijn in de zin van artikel 6:83 onder a BW.
De Hoge Raad laat dat oordeel in stand. Dat betekent niet dat een toezegging om iets ‘binnen een half jaar’ te doen nooit een fatale termijn kan zijn. Het oordeel is toegespitst op de wijze waarop partijen in dit geval samenwerkten en de context waarin de toezegging was gedaan.
Geen verzuim, maar mogelijk wel een onrechtmatige daad
De vordering uit wanprestatie liep daarmee vast op het ontbreken van verzuim. Eiser had zijn vordering echter ook gebaseerd op onrechtmatige daad (art. 6:162 BW).
Aan die grondslag lagen onder meer verwijten ten grondslag over de manier waarop Capgemini tijdens het project had gehandeld. Zo zou Capgemini een intern rapport over problemen met de broncode niet met Equihold hebben gedeeld en onvoldoende met de conclusies daarvan hebben gedaan. Ook zou zij een verkeerde voorstelling van zaken hebben gegeven over de structuur van de software en onvoldoende ervaren medewerkers hebben ingezet.
Het hof wees ook de vordering uit onrechtmatige daad af. Het stelde vast dat daaraan dezelfde feiten en omstandigheden ten grondslag waren gelegd als aan de gestelde wanprestatie en zag daarom geen grond om tot een ander oordeel te komen.
Daar grijpt de Hoge Raad in.
Volgens de Hoge Raad brengt de afwijzing van de vordering uit wanprestatie wegens het ontbreken van verzuim niet zonder meer mee dat de vordering uit onrechtmatige daad evenmin toewijsbaar is.
Dat onderscheid is van belang. Voor schadevergoeding wegens wanprestatie geldt in dit geval het verzuimvereiste van artikel 6:74 lid 2 BW. Voor aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad geldt een dergelijk vereiste niet. Het hof had daarom afzonderlijk moeten beoordelen of de aan Capgemini verweten gedragingen een onrechtmatige daad opleveren.
De Hoge Raad oordeelt daarmee niet dat Capgemini daadwerkelijk uit onrechtmatige daad aansprakelijk is. Die inhoudelijke beoordeling moet nog plaatsvinden.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Het arrest geeft twee praktische aandachtspunten.
Ten eerste is een concrete termijn niet automatisch een fatale termijn. Of een termijn het karakter heeft van een voldoende bepaalde termijn als bedoeld in artikel 6:83 onder a BW, hangt mede af van de afspraken tussen partijen en de context waarin zij samenwerken. Wie wil dat overschrijding van een termijn zonder ingebrekestelling tot verzuim leidt, doet er daarom goed aan dat duidelijk en ondubbelzinnig vast te leggen.
Ten tweede mag een vordering uit onrechtmatige daad niet automatisch worden afgeschreven omdat een vordering uit wanprestatie wegens het ontbreken van verzuim strandt. Ook als aan beide grondslagen dezelfde feiten ten grondslag liggen, moet worden beoordeeld of die gedragingen zelfstandig een onrechtmatige daad opleveren.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Den Haag en verwijst de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch. Daar zal alsnog moeten worden beoordeeld of de aan Capgemini verweten gedragingen een onrechtmatige daad opleveren.
Vragen over verzuim, aansprakelijkheid of de betekenis van dit arrest voor jouw situatie? Neem contact met ons op via [email protected].